Wat iedere vrouw in haar kledingkast zou moeten hebben
Een garderobe die werkt, draait om stukken die met elkaar combineren en lang meegaan. Welke basisstukken dat zijn, hoe je goede kwaliteit herkent en hoe je ze draagbaar houdt.

Een fijngebreide trui of vest voor de koudere dagen.
Een garderobe die werkt, bestaat niet uit veel kleding maar uit stukken die je met elkaar kunt combineren en die lang meegaan. Hieronder staat welke basisstukken dat meestal zijn, hoe je aan de naden en het etiket ziet of iets goed gemaakt is, en hoe je het daarna draagbaar houdt.
Minder en beter kopen is ook de minst vervuilende weg. Volgens Milieu Centraal koopt een Nederlander gemiddeld ongeveer vijftig kledingstukken per jaar, accessoires niet meegerekend, en zit het grootste deel van de milieubelasting van kleding in de productie, niet in het wassen of dragen. Wat je niet koopt, hoeft niet gemaakt te worden.
Begin bij wat je al draagt
Voor je iets koopt, helpt het om te weten wat je echt draagt. Hang alle hangers in je kast met de haak de verkeerde kant op en draai een hanger pas om als je dat stuk hebt gedragen. Na een seizoen zie je in een oogopslag wat al die tijd is blijven hangen. Meestal zijn dat stukken die net niet goed zitten, die met niets anders combineren of die bij een gelegenheid horen die zelden komt. Precies zulke miskopen wil je bij de volgende aankoop voorkomen.
De basis die met alles combineert
Begin met een aantal neutrale items in kleuren die altijd combineren: zwart, marineblauw, wit, beige en grijs. Met die kleuren als basis kun je bijna elk stuk met elk ander dragen, en kleur voeg je toe met een trui, een sjaal of een tas. Deze stukken komen in vrijwel elke basisgarderobe terug:
- Een wit overhemd of een witte blouse, die je onder een blazer en los over een spijkerbroek draagt.
- Een spijkerbroek met een rechte pijp die goed zit in de taille en de juiste lengte heeft.
- Een nette broek in een donkere kleur, voor je werk en voor avonden waarop een spijkerbroek te informeel is.
- Een eenvoudige jurk die je overdag met sneakers en 's avonds met nettere schoenen draagt.
- Een blazer die een spijkerbroek met shirt in een keer formeler maakt.
- Een fijngebreide trui of vest voor de koudere dagen.
- Een paar effen T-shirts, en een lange jas van wol of een trenchcoat die over alles heen past.
Dit is een vertrekpunt, geen voorschrift. Draag je nooit jurken of werk je in bedrijfskleding, dan valt een stuk weg en komt er iets anders voor in de plaats. De vraag bij elk stuk blijft dezelfde: hoeveel van wat er al hangt, kan ik erbij dragen?
Schoenen en accessoires
Drie paar schoenen dekken de meeste dagen: effen sneakers voor doordeweeks, nette instappers of laarzen, en een paar voor formele gelegenheden waarop je ook een avond kunt staan. Houd ze in neutrale tinten, dan passen ze bij vrijwel elke outfit. Welke schoen bij welke gelegenheid past en waar je bij het passen op let, staat in de juiste schoenen voor elke gelegenheid.
Accessoires veranderen dezelfde basis zonder dat je meer kleding nodig hebt. Een sjaal, een leren riem, een tas in een neutrale kleur en een formaat dat je dagelijks gebruikt, en een paar sieraden die je echt draagt: daarmee ziet dezelfde broek met blouse er op maandag anders uit dan op vrijdag.
Zo zie je of iets goed gemaakt is
Het merk of de prijs zegt weinig over hoe lang een kledingstuk meegaat. In de winkel of bij het uitpakken kun je zelf een paar dingen nagaan:
- De naden. Trek zacht aan beide kanten van een naad. Gapen de steken of zie je het garen, dan gaat die naad als eerste open. Kijk ook aan de binnenkant: rafelende stofranden zonder afwerking zijn een slecht teken.
- De stof. Houd de stof tegen het licht. Zie je er makkelijk doorheen, dan is hij dun en slijt hij sneller op plekken die schuren.
- Breisels. Wrijf met je duim over de mouw. Een trui die bij het passen al pluist, heeft na een paar keer dragen bolletjes.
- Het etiket. De samenstelling moet erop staan, dat is in de Europese Unie verplicht. Milieu Centraal raadt kleding van een of hooguit twee vezelsoorten aan, omdat die later beter te recyclen is.
- Knopen en ritsen. Een reserveknoop en een rits die soepel loopt, zijn kleine aanwijzingen dat er niet op elk onderdeel is bezuinigd.
Natuurlijke stoffen zijn niet vanzelf beter voor het milieu dan synthetische: volgens Milieu Centraal heeft elk materiaal zijn eigen nadelen. Wat altijd telt, is hoe lang je een stuk draagt. Of een kledingstuk duurzamer is gemaakt, lees je af aan het etiket en aan keurmerken; hoe je dat doet, staat in duurzame kleding herkennen.
Wassen en bewaren
Lees het wasvoorschrift, was op lage temperatuur en laat breisels liggend drogen. Het etiket gebruikt daarvoor vijf symbolen. De wastobbe gaat over wassen: het getal erin is de hoogste temperatuur, een streep eronder betekent een fijnwas en twee strepen een heel milde was, zoals voor wol. De driehoek gaat over bleken. Het vierkant gaat over drogen: een cirkel erin staat voor de droger, strepen erin voor drogen aan de lijn of liggend. Het strijkijzer geeft met stippen de temperatuur aan, en de cirkel is voor de stomerij.
Hang truien niet aan een hanger, want dan rekken de schouders uit: vouw ze op. Wol hoef je minder vaak te wassen dan een sportshirt, vaak is uitluchten genoeg. Een losse knoop of een open naad herstel je zelf in een paar minuten; een broek laten inkorten of een jas laten innemen kan bij een kleermaker.
Aanvullen zonder miskopen
Vul je basis stap voor stap aan in plaats van alles in een keer te kopen. Koop een nieuw stuk pas als je drie dingen kunt noemen die je al hebt en waarmee je het gaat dragen. Lukt dat niet, dan wordt het waarschijnlijk een stuk dat met de hanger de verkeerde kant op blijft hangen. Kijk ook eerst tweedehands: een blazer, een wollen jas of een goede spijkerbroek is daar vaak te vinden, en tweedehands kopen staat bij Milieu Centraal op de tweede trede van de R-ladder, de rangorde van wat de milieubelasting van je kleding het meest verlaagt, direct na: koop niets wat je niet nodig hebt.
Bronnen
- Milieu Centraal, Factsheet milieu-impact kleding, januari 2022: ongeveer 50 kledingstukken per persoon per jaar, de productiefase met de hoogste milieubelasting, en de tips per stap van de R-ladder.
- Verordening (EU) nr. 1007/2011 over textielvezelbenamingen en etikettering, artikel 14: eur-lex.europa.eu.
- GINETEX, internationale vereniging voor textieletikettering: Care symbols, de betekenis van de onderhoudssymbolen.