LED-verlichting kiezen voor elke kamer

Niet elke kamer vraagt om dezelfde lamp. Met aandacht voor kleurtemperatuur, lichtsterkte en dimbaarheid kies je per ruimte de LED die echt past.

Gepubliceerd op · Bijgewerkt op · 4 min lezen

Wonen
Een handige vuistregel: hoe meer je in een ruimte tot rust wilt komen, hoe lager het kelvingetal.

LED is inmiddels de standaard, maar daarmee is de keuze niet simpeler geworden. Op de verpakking staan kelvins, lumen, een kleurweergave-index en een rij symbolen. Wie weet wat die getallen betekenen, kiest per kamer snel de juiste lamp. Hieronder volgt de keuze stap voor stap, met de vuistregels van Milieu Centraal.

Stap 1: begin bij de lichtkleur

De kleur van het licht staat op de verpakking in kelvin (K). Lampen in de winkel hebben standaard 2700 K, vergelijkbaar met het geelwitte licht van een gloeilamp. Een lagere waarde geeft warmer, oranjer licht; zogenoemde vintage ledlampen gaan tot 1700 K, de kleur van kaarslicht. Een hogere waarde geeft helderder, blauwer licht, richting daglicht.

Een handige vuistregel: hoe meer je in een ruimte tot rust wilt komen, hoe lager het kelvingetal. Voor plekken waar je geconcentreerd werkt of nauwkeurig iets doet, mag het getal omhoog. Twijfel je, vraag dan in de winkel of je een lamp mag uitproberen.

Stap 2: bepaal hoeveel licht je nodig hebt

De hoeveelheid licht lees je af in lumen (lm), niet in watt: een ledlamp verbruikt veel minder stroom voor hetzelfde licht. Ga uit van de lamp die je vervangt. Volgens Milieu Centraal vervang je een gloeilamp van 40 watt door een ledlamp van 400 tot 500 lumen, een van 60 watt door 700 tot 850 lumen, een van 75 watt door 900 tot 1100 lumen en een van 100 watt door meer dan 1300 lumen. Een woonkamer heeft meestal meerdere lichtpunten nodig die samen optellen, in plaats van een enkele felle lamp aan het plafond.

Let ook op de kleurweergave, aangeduid als CRI of Ra. Hoe dichter bij 100, hoe natuurgetrouwer de kleuren. Voor gewone toepassingen in huis is een CRI van 80 genoeg; wil je kleuren zien zoals ze zijn, bijvoorbeeld bij een schilderij of de spiegel waarvoor je je opmaakt, kies dan 90 of hoger.

Stap 3: kies per kamer

  • Woonkamer: warm licht, gespreid over meerdere bronnen. Combineer een dimbaar plafondpunt met een staande lamp en wat licht op een kast. Zo schakel je van opruimen naar een rustige avond zonder iets te verbouwen.
  • Keuken: witter licht boven het werkblad, zodat je goed ziet wat je snijdt. Verlichting onder de bovenkastjes haalt de schaduw van je handen weg.
  • Badkamer: hier wil je een goede kleurweergave. Plaats licht naast de spiegel in plaats van er recht boven, anders krijg je harde schaduwen op je gezicht. Controleer of een lamp of armatuur geschikt is voor een vochtige ruimte; dat staat op de verpakking als IP-code.
  • Slaapkamer: warm en dimbaar. Een bedlampje met zacht licht doet hier meer dan een sterke plafondspot.
  • Bureau: witter licht en genoeg lumen op het blad zelf. Zorg dat het scherm niet de enige lichtbron in de kamer is.

Stap 4: controleer dimmer en fitting voordat je afrekent

Niet elke ledlamp is dimbaar; op de verpakking staat of het kan. Ook dan hangt het af van je dimmer. Dimmers voor gloei- en halogeenlampen zijn gemaakt voor een hogere stroomsterkte en werken meestal niet goed met ledlampen; een dimmer voor minder dan 25 watt werkt meestal wel. De meeste ledlampen geven gedimd alleen minder licht, niet warmer licht. Wil je dat het licht bij het dimmen geler wordt, zoals bij een gloeilamp, dan zijn er speciale ledlampen die dat doen.

Check daarnaast de fitting: E27 is de grote schroeffitting, E14 de kleine, en spotjes hebben vaak pinnetjes, zoals GU10. Kies het liefst dezelfde vorm als je oude lamp, dan past hij zeker in de armatuur. Maak een foto van de kleine lettertjes op je oude lamp, dan heb je wattage, fitting en voltage in de winkel bij de hand.

Stap 5: denk vooruit over slim en uitbreidbaar

Wil je later met scènes of automatisering werken, kies dan vanaf het begin lampen uit hetzelfde slimme systeem. Losse slimme lampen van verschillende merken door elkaar betekent vaak aparte apps. Heb je die wens niet, dan is een gewone dimbare ledlamp met de juiste kleur en sterkte genoeg.

Koop niet meteen het hele huis vol. Begin met een of twee kamers, leef er een week mee en kijk of de lichtkleur bevalt. Een ledlamp gaat volgens Milieu Centraal gemiddeld 15.000 branduren mee, dus die keuze maak je liever bewust.

Bronnen